Scroll down Ga terug naar het overzicht

Canister

Duitsland, Muskau, 1702

Materiaal: Steengoed (grès) bedekt met zoutglazuur

Herkomst: Duitsland, Muskau, Triebel

Datering: 1702

Afmeting: Height: 42 cm

Literatuur: Gisela Reineking von Bock: ‘Steinzug’. Kunstwerbemuseum der Stadt Köln (1986), p.466, No. 838/-9.

Annaliese Ohm/ Margrit Bauer ‘Steinzug & Zinn’ Frankfurt (1977), page 113-114, No. 225.

Provenance: Jacob Stodel, 1934

 

De zeskantige steengoed kruik van imposante afmetingen, met een originele tinnen schroefdeksel, is bedoeld als voorraadpot om bijvoorbeeld kruiden of specerijen te bewaren. De vorm komt ook in (verguld) zilver voor en is ook bekend in serpentijnsteen al dan niet met een zilveren en tinnen montering. Op het eerste gezicht zou men denken dat dit voorwerp in het Westerwald, in de omgeving van Keulen is ontstaan. Daarvoor pleit het grijsachtige met zoutglazuur bedekte oppervlak en ook de blauwe glazuur dat deels ter versiering is aangebracht. Op een van de velden is het wapen van Saksen aangebracht evenals het tot op heden onbekende monogram ED met de datering 1702 dat een andere landstreek als bron van herkomst doet vermoeden. Kenmerkend voor steengoed afkomstig van het in Saksen gelegen Muskau is dat in de versiering randjes met kleine kiezelsteentjes voorkomen, evenals de opgelegde, gedraaide verticale pilaartjes en de cherubijnenkopjes op de schouder van het kanlichaam.

In 1934 was de kruik in het bezit van de Firma Jacob Stodel, die het voorwerp in dat jaar voor de somma van fl.280,— verkocht aan de heer J. Geradts, burgemeester van Posterholt, een dorp 10 kilometer ten zuid- oosten van Roermond. De kruik was afkomstig van antiquair Raphael Morpurgo, schoonvader van Salomon Stodel, die de kruik in Engeland had gekocht.

Reeds voor 1800 kreeg men al oog voor de schoonheid van steengoed kannen en kruiken. Deze waren in het 17e eeuwse Nederland zo eigen geworden, mede door de teksten in ‘half’ Nederlands gesteld, dat men deze als een Vlaams-Nederlands product beschouwde. In de oude literatuur sprak men van Grès de Flandre. De prijzen waren hoog en voor het Delfts aardewerk bestond tot ca. 1860 nauwelijks belangstelling. Dit veranderde rond 1863 met de grote tentoonstelling in Delft, waarbij het tot dan toe zo geliefde steengoed nauwelijks meer werd aangetroffen. Voortaan richtte zich men op het verzamelen van oud Delfts aardewerk, waarvoor hoge prijzen werden betaald.

Vraag meer informatie aan